school

Scholen bouwen weerstations op speciale plekken

Scholen bouwen weerstations op speciale plekken

Leerlingen van het Sint-Augustinus-instituut in Bree hebben een weerstation gebouwd op de Oudsberg, de hoogste landduin van Vlaanderen. Het project maakt deel uit van een netwerk van een 60-tal identieke weerstations die de invloed van de omgeving op het weer onderzoeken.

Door Roger Dreesen en Guy Thuwis

Het KMI meet in ons land zaken als de temperatuur, neerslag of windsnelheden traditioneel op open plaatsen in landelijke gebieden. Met de klimaatverandering zijn wetenschappers bezig met onderzoek van speciale omgevingen in steden, bossen of aan het water. Zo meten onderzoekers van de Universiteit Gent op zes plaatsen in Gent naar het fenomeen van hitte-eilanden in de stad. Ze willen maar al te graag weten hoe het in kleinere steden of dorpen is gesteld en wat het effect is van meer groen of waterpartijen. Om de metingen over heel Vlaanderen en Brussel uit te rollen, is het project ‘Vlaanderen in de weer’, afgekort ‘Vlinder’, gelanceerd.

“Omdat we als onderzoeksgroep niet heel Vlaanderen kunnen managen, hebben we gekozen voor een citizen science project met secundaire scholen”, zegt Steven Caluwaerts, meteoroloog en klimatoloog van de UGent. “De scholen hebben zelf de locaties voorgesteld en installeren zelf de weerstations. Er is ook een online lespakket waarmee ze aan de slag kunnen en er volgen nog lezingen. De respons was overweldigend, we hebben zelfs 110 scholen moeten ontgoochelen.”

In Limburg komen er zeven meetstations die volledig autonoom (op batterijen en zonnepanelen) de temperatuur, relatieve luchtvochtigheid, windrichting en -snelheid, neerslag en luchtdruk meten. Om de vijf minuten sturen ze de gegevens door naar een online platform (wow.meteo.be) dat iedereen kan raadplegen. Er is nog ruimte om ook zaken als geluids- en lichthinder of luchtverontreiniging te meten.

Warmste plek

De meest spectaculaire locatie in Limburg is het topje van de Oudsberg, waar het Sint-Augustinusinstituut een weerstation heeft neergezet. “We verwachten dat dit door de impact van het zand op zonnige dagen wel eens de warmste plek van Vlaanderen kan zijn. Het is ook heel interessant om de gegevens van de Oudsberg te vergelijken met metingen in de duinen van De Panne en De Haan”, aldus onderzoeker Caluwaerts.

In Bree komt er nog een afgelegen weerstation midden in de velden. In Lommel richt het Wico Sint-Jozef een weerstation op in een bosgebied en in Pelt doet het Atheneum Vox hetzelfde in industriegebied Nolimpark. In Maaseik gaat campus Mosa-RT meten aan de Maasplassen. “We willen weten wat de impact is van waterpartijen op de temperatuur. Water zou afkoelen denkt men, maar dat blijkt niet altijd het geval”, weet Caluwaerts.

In Sint-Truiden tot slot komen er twee meetstations: Het Kompas bouwt er eentje voor een landelijk gebied en Hasp-O centrum gaat in de buurt van de abdijtoren meten. Door beide metingen te vergelijken kunnen de (burger)wetenschappers achterhalen of ook kleinere steden af te rekenen krijgen met hitte-eilanden.

De scholen hebben nog tot eind deze maand de tijd om hun meetstation te bouwen. De eerste onderzoeksresultaten worden in het voorjaar verwacht. “Na de eerste zonnige dagen, kunnen we wellicht een aantal trends geven”, verwacht Caluwaerts. “Op langere termijn is het ook de bedoeling om de bestaande weermodellen te verbeteren. Dat moet het KMI in staat stellen om meer gedifferentieerde voorspellingen te maken voor bijvoorbeeld bossen of industriegebieden.”

Bron: www.hbvl.be

Geplaatst door Den Dockx -

Deel dit artikel op: Facebook | Twitter | Google+