school

Radicalisering via thuisonderwijs: “Onderwijsinspectie is geen opsporingsdienst”

Radicalisering via thuisonderwijs: “Onderwijsinspectie is geen opsporingsdienst”

De Staatsveiligheid en de Vlaamse onderwijsinspectie proberen te komen tot een duidelijke rolverdeling in het opsporen van mogelijke radicalisering in het huisonderwijs. Hier en daar kan die samenwerking nog beter, zo heeft Vlaams minister Hilde Crevits woensdag gezegd in het Vlaams Parlement. “Zo mag de Staatsveiligheid niet van de onderwijsinspectie verwachten dat ze zich gedraagt als een opsporingsdienst”, aldus Crevits. Tegelijk zou het handig zijn als de Staatsveiligheid bepaalde namen zou doorspelen, zodat de inspectiediensten gerichter kunnen controleren.

Eerder deze week stond in het jaarverslag 2017 van de Staatsveiligheid een alarmerend cijfer te lezen over het huisonderwijs. Volgens de dienst heeft 20 procent van de ouders die hun kinderen ingeschreven hebben voor huisonderwijs banden met extremistische groeperingen. Meteen doken er vragen op over de controles op dat huisonderwijs.

In de commissie ter bestrijding van gewelddadige radicalisering in het Vlaams Parlement is Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) dieper ingegaan op de kwestie. Eerst en vooral de cijfers. In Vlaanderen volgden in het schooljaar 2016-2017 2.671 leerlingen huisonderwijs. “Van hen heeft de Staatsveiligheid er 753 gecontroleerd en van die groep zegt de Staatsveiligheid dat er van 92 leerlingen (12 procent, red.) minstens één ouder bekend is bij de Staatsveiligheid.”

De Staatsveiligheid heeft de namen van die betrokken leerlingen niet doorgegeven. N-VA-parlementslid Nadia Sminate noemde dat in de commissie “problematisch”. Volgens minister Crevits is Vlaanderen ook vragende partij om die namen te krijgen, om op die manier meer gerichte controles uit te voeren. De CD&V-minister voegt er wel meteen een kanttekening aan toe. “Het is ook niet omdat een leerling zijn ouders bekend zijn bij de Staatsveiligheid dat er per definitie een probleem is met het huisonderwijs op zich”, aldus Crevits.

De voorbije jaren zijn de Staatsveiligheid en de Vlaamse onderwijsinspectie volgens minister Crevits meer gaan samenwerken. Zo is afgesproken dat Vlaanderen alle namen van de leerlingen die huisonderwijs volgen, doorspeelt aan de Staatsveiligheid. Verder kan de Staatsveiligheid bij zorgwekkende signalen ook een extra inspectie vragen. In tegenstelling tot andere diensten (zoals CLB’s, politie en parket) heeft de Staatsveiligheid nog geen dringende controle gevraagd.

Volgens minister Crevits is het ook zoeken naar een evenwicht in de wederzijdse verwachtingen. Zo mag er niet van de onderwijsinspectie gevraagd worden “om op te treden als een opsporingsdienst”. Zo kan de onderwijsinspectie wel controleren hoe en waar het onderwijs gegeven wordt en welke handboeken er gebruikt worden. “Maar een inspectie is geen huiszoeking. De inspectie kan niet zomaar op zolder gaan kijken of er iets niet pluis is. Ze kan ook niet controleren naar welke moskee de ouders gaan of de boekhouding inkijken van welke vzw het huisonderwijs financiert. Je kan van de inspectiedienst geen opsporingsdienst maken.”

Bron: www.nieuwsblad.be

Geplaatst door School ISS Cool -

Deel dit artikel op: Facebook | Twitter | Google+